Anna Houben, Lifecoach

Jezelf kleiner maken

Ergens in mijn puberteit (of misschien wel al daarvoor), besloot ik dat een ander altijd beter was dan ik en vooral slimmer. Realistisch bekeken was dat echt complete onzin, want ik zat op het Atheneum en haalde vooral 8-en, 9-ens en 10-en. En ik hoefde er niet eens zo heel veel voor te doen.  Maar dat zag ik niet zo. 

Wat daaraan vooraf ging, was dat ik me vooral geen raad wist met het feit dat ik de enige in de klas was die 'dik' was. Ik werd niet bijzonder veel gepest, en lag eigenlijk best goed bij de overige leerlingen. Ja, af en toe was er een kwinkslag, die dan toch kwetste, ondanks dat ik zelf mee lachte. En dat anders zijn, groter, steviger, maakte dat ik letterlijk ineen kromp (ik liep met hangende schouders, mijn buik altijd ingetrokken, zodat ik wat krom oogde). 
Maar het had ook nog een andere fysieke uiting. Ik ging stotteren. En niet continu, maar eigenlijk alleen als iemand vroeg: "wat zeg je" en ik mijzelf moest herhalen. Dat lukte niet. Ik kreeg het warm, en dezelfde zin kwam er zelden uit mijn mond. Ik brabbelde wat, stotterde wat, met als gevolg dat men mij nóg niet begreep.

En zo ging ik door mijn tienerjaren.. mezelf vooral fysiek kleiner makend (zie alsjeblieft niet dat ik dik/groot ben) en letterlijk onhoorbaar.  Die mezelf opgelegde onzichtbaar- en onhoorbaarheidsmantel had tot gevolg dat ik mezelf de boodschap gaf "niemand wil je zien of horen". Ik koppelde er vervolgens aan vast; "ik ben dom, ik heb niets te vertellen". Als iemand dus simpelweg vroeg: 'wat zeg je', dacht ik niet dat het was omdat deze mij niet verstond, maar omdat ik iets 'doms' zei. Ik koppelde aan die woorden een negatief oordeel. 

Deze aangenomen houding heeft mij een groot deel van mijn leven dwars gezeten. Ik ging niet studeren, want 'iemand anders had er meer recht op, die was slimmer', of 'ik kan mijn ouders die toch al geen geld hebben dit niet aan doen, want succesvol zal ik niet zijn'. Eigenlijk kende ik mezelf maar heel weinig eigenwaarde toe. Dit sijpelt door in je hele leven: liefde, carrière, noem maar op. Als jij jezelf kleiner maakt dan je bent, dan is dat ook wat je aan de buitenkant laat zien en wat men gaat geloven. Dit laatste maakt dat je juist in je negatieve zelfbeeld wordt bevestigd: "zie je wel". 

Wat heeft mij geholpen? Allereerst mijn verdriet erkennen van het niet succesvol zijn, niet mooi, slank, slim, etc.. zijn. Dat is iets dat je oprecht voelt, ookal komt het door verkeerde aannames. En uiteindelijk helemaal klaar zijn met dat gevoel. Op rock-bottom beslissen om met eerlijker ogen naar jezelf te gaan kijken. En deze eerlijkere blik naar jezelf bevestigen. Net zoveel en net zozeer als dat ik dat in mijn adolescentie heb gedaan met de negatieve blik. En dat voelt heel raar; jezelf een compliment geven, vertellen dat je iets wél kan. Maar na verloop van tijd, groeit je eigenwaarde, en word je ook in deze positieve houding bevestigd; maar dit begint dus bij jezelf, die bevestiging. Het is alsof je ineens vanuit het donker in het licht stapt. En in het licht, weet je dat het donker bestaat. Maar in het donker wist je nog niet dat het licht kon zijn. 

Ik zal eerlijk zijn: het blijft een valkuil. Maar tevens een zegen. Op momenten dat ik me niet zo zeker voel, voel ik me weer even klein. Ik kom het nu bijvoorbeeld tegen in Spanje. Als iemand mij niet begrijpt, vind ik het héél moeilijk om te omschrijven in het Spaans wat ik bedoel. En dan voel ik éven weer die oude pijn. De zegen is, dat ik door het hele traject weet dat ik een keuze heb. Ik kan zwijgen, stotteren, zeggen dat het er niet toe doet en vervallen in mijn pijnlijke gedrag. Of ik kan mezelf de ruimte geven om het niet allemaal in één keer goed te doen en te proberen het anders te omschrijven. Het voelen van deze keuze, voelt elke keer weer als een overwinning.